Leer optellen via de eerstvolgende tien
Bij grotere sommen is het makkelijker om eerst een rond getal te maken, en dan de rest erbij te tellen. Dat ronde getal is altijd een tiental: 10, 20, 30, 40...
Je splitst het tweede getal in twee stukken. Het eerste stuk is altijd het getal dat het eerste getal nodig heeft om bij het eerstvolgende tiental te komen. Het tweede stuk tel je daarna bij dat tiental op.
De splitsing is niet willekeurig. Het eerste deel wordt bepaald door wat het eerste getal tekortkomt tot het tiental. Dat maakt het altijd eenduidig: er is maar één goede splitsing.
Bij 17 + 7: 17 heeft 3 nodig voor 20, dus je splitst altijd als 3 + 4, nooit als 4 + 3. Dat eerste getal (3) is het "vriendje" van 7 op weg naar 20.